Onderverhuur zonder toestemming? Rechter beslist tot ontbinding en ontruiming
Kantonrechter Utrecht 19 februari 2025 RBMNE:2025:688
Situatie
Op 19 februari 2025 oordeelde de kantonrechter in Utrecht over een zaak waarin de huurder zonder toestemming van de woningbouwvereniging de woning onderverhuurde. De onderhuurder, een moeder met vier kinderen en een kleinkind, weigerde de woning te verlaten nadat de hoofdhuurder de huurovereenkomst met de woningbouwvereniging had opgezegd.
Beoordeling door de rechter
De onderhuurder voert aan dat zij geen andere woning heeft en dat haar vijf (klein)kinderen zonder onderdak komen te zitten. Daarnaast stelt de onderhuurder dat zij de huur altijd tijdig betaald heeft.
De rechter wijst erop dat de woning onderdeel is van het sociale huurbeleid, waarin het van belang is dat woningen eerlijk verdeeld worden.
De rechter oordeelt dat gedaagde geen recht heeft op de woning, omdat:
- De woning zonder toestemming is onderverhuurd en gedaagde hier niet als rechtmatige huurder staat ingeschreven.
- Gedaagde geen huisvestingsvergunning heeft, wat verplicht is voor sociale huurwoningen.
- De woning schaars is en anderen al jarenlang op een wachtlijst staan. Als gedaagde zou mogen blijven, zou zij voorrang krijgen boven mensen die wél via de juiste weg wachten op een woning.
Uitspraak
De kantonrechter beslist dat gedaagde de woning uiterlijk op 1 juli 2025 moet verlaten. Omdat er minderjarige kinderen in de woning wonen, wordt het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de verhuurder niet meteen mag ontruimen als gedaagde in hoger beroep gaat.