Tijdelijke huurovereenkomst omgezet in onbepaalde tijd door fout aanzegging
Kantonrechter Bergen op Zoom in kort geding 13 maart 2024 RBZWB:2024:4404
Verhuurder (eiser) en huurder (gedaagde) hebben een tijdelijke huurovereenkomst van twee jaar. Normaliter eindigt deze overeenkomst nadat de verhuurder maximaal drie maanden en minimaal één maand voor het verstrijken van de bepaalde duur (2 jaar) dit schriftelijk aan huurder mededeelt.
Verhuurder wil dat huurder het pand verlaat, maar huurder stelt dat hij een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft. Zo zou de schriftelijke mededeling betreffende het einde van de huurovereenkomst alleen naar hem gestuurd zijn en niet naar zijn bewindvoerder.
Uitspraak
Rechter gaat mee in het verweer van de huurder en wijst de vordering van de verhuurder af. Door het niet sturen van de aanzegging betreffende het einde van de huurovereenkomst aan de bewindvoerder, bestaat er nu een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.